Operatie bij beenlengteverschil

Als er besloten wordt om het beenlengteverschil op te lossen of te verminderen door een operatie, dan zijn er een paar mogelijkheden:

  1. De groeischijven van het wel-groeiende been worden beschadigd of vastgezet. Daardoor groeit dat been niet meer en wordt het verschil minder groot dan als het been gewoon door zou groeien. Dit is natuurlijk alleen bij kinderen in de groei mogelijk. Bij volwassenen is dit niet mogelijk, voor hun staat alleen methode 2 open. Nadeel is dat het kind niet die volledige lengte bereikt dat het zou bereiken zonder die ingreep. Is dat een nadeel?
  2. Er wordt een beenverlengende operatie gedaan. Hierover verderop meer.
  3. Een combinatie: het groeiende been wordt iets geremd, het te korte been wordt verlengd.

Meer informatie over beenlengteverschil en de mogelijke behandelingen bij beenlengteverschil.

Het been wordt als volgt verlengd

Er zijn vast wel meer methodes, maar deze is gangbaar. Het been wordt doorgezaagd. In het bot worden onder en boven het zaagvlak 3 pennen in het bot gezet. Die zes pennen zitten buiten het lichaam aan een stellage (fixateur externe) vast. Er is een klein beetje ruimte tussen de 2 botuiteinden.

Beenlengte vergroten
3 pennen boven en 3 pennen onder de breuk. De fixateur externe is nog niet aangesloten. Op de foto kan je zien dat de botuiteinden een stukje uit elkaar liggen. Op die manier gaat het bot naar elkaar toe groeien en verleng je dus het been.

Nu is het de bedoeling dat op vooraf afgesproken tijden die uiteinden van de botdelen een heel klein beetje uit elkaar gedraaid worden met de stelschroef op de fixateur. Als de uiteinden elkaar niet raken maar wel in elkaars buurt liggen, dan groeit het bot naar elkaar toe. Als de uiteinden te ver uiteen liggen dan gebeurt er niets en groeit het niet vast. Als de uiteinden te dicht bij elkaar liggen dan groeit het te snel aan elkaar vast en heeft de operatie te weinig effect.

Vergelijk het maar met twee magneten. Als die te ver uit elkaar liggen dan trekken ze elkaar niet aan. Liggen ze tegen elkaar dan gebeurt er verder niets. Als je ze iets uit elkaar houdt dan voel je ze naar elkaar toe trekken. Dat is precies wat het bot doet. Het groeit naar elkaar toe.

U krijgt een schema mee voor het aantal keren en de hoeveelheid dat de fixateur moet worden verlengd. U kan dat zelf thuis doen.

fixateur externe
De plek waar de pennen het been in gaan is goed beschermd met gaasjes. De wondjes wordt dagelijks schoongemaakt door professionals: hier willen we geen infecties! Er zijn ook andere modellen fixateurs.

Deze stellage zit buiten het lichaam. Op die manier kan je telkens de pennen uit elkaar draaien.  In de periode dat de stellage (fixateur externe) bevestigd is, mag het been niet belast worden. Omdat het buiten het lichaam uit steekt kan er geen gewone kleding worden gedragen. Lange broeken krijg je niet aan zolang de fixateur op zijn plaats zit. Daar zijn oplossingen voor, maar dan moet je handig zijn of een goede kleermaker hebben.

Spijkerbroek voor fixateur externeEr is een open verbinding langs de pennen tussen bot en buitenlucht. Goede wondverzorging en heel goede hygiëne zijn noodzakelijk om botontstekingen te voorkomen. Een botontsteking kan ervoor zorgen dat alle moeite voor niets is geweest. Bovendien is een ontstoken bot (osteomyelitis) een ernstige bedreiging voor de gezondheid. Dit moet dus heel serieus worden genomen.

Als het bot eenmaal goed is vastgegroeid, dan worden de pennen verwijderd. Soms is de hele procedure na verloop van tijd opnieuw nodig omdat het been nog niet lang genoeg is. Dat gebeurt dan op een andere plek, omdat de eerste breuk al genezen is met veel kalkophoping.

In China wordt deze beenlengte verlenging vaak gedaan wegens cosmetische motieven. (Ik ben niet lang genoeg). In Nederland speelt dat geen rol.

Wat doet de fysiotherapeut bij een beenlengteverschil?

  • Om te beginnen is het vaak de fysiotherapeut die constateert dat er mogelijk een beenlengteverschil is. De orthopeed stelt de diagnose en stelt samen met de patiënt een behandelplan op.
  • Bij een conservatief beleid traint de fysiotherapeut met de patiënt op kracht (benen en rug) en houding. Bovendien geven we uitleg.
  • Na een operatie begeleiden we de revalidatie. Het leren lopen met krukken is vaak al bekend als er bijvoorbeeld een ongeluk of een verlamming is geweest. We trainen kracht en mobiliteit. De patiënt krijgt te horen van de chirurg wat wel en niet mag.